Er zijn meer mensen met overgewicht dan met ondergewicht, dat is wereldwijd sinds kort de realiteit. In Westerse landen groeit het aantal te zware mensen flink en is het aantal mensen met ondergewicht (BMI <18.5) verwaarloosbaar. Onder meer hierom krijgt ondergewicht zo weinig aandacht. De medische, professionele en commerciële industrieën hebben zich collectief gestort op overgewicht en obesitas en hoe je daar vanaf komt. Dit heeft nog niet geleid tot spectaculaire medische doorbraken, maar wel is bijvoorbeeld de maagverkleining (bariatrische chirurgie) gemeengoed geworden. Wel heeft het geleid tot een spectaculaire (wereldwijde) toename van realityshows over mensen die willen afvallen. Bloggers en vloggers (o.a. foodies) wedijveren met hun tips en afslankproducten om de gunst van de ‘kijker’/patiënt. Ook komt er steeds meer aandacht voor de obesogene omgeving: een omgeving die uitlokt tot het eten van een ongezonde, vette hap.

Het CBS, het Voedingscentrum en het RIVM schatten in dat 2,5% van de Nederlandse bevolking ondergewicht heeft: ruim 435.000 mensen.

Voor mensen met ondergewicht is er geen infrastructuur – ondergewicht wordt gezien als een uitvloeisel van een andere medische en/of psychische aandoening. En omdat ondergewicht vaak een multi-factoriële oorzaak heeft, is het moeilijk om de aandoening in één hokje te plaatsen. Zo kan ondergewicht kan bijvoorbeeld ontstaan:
- door minder voedsel te eten dan nodig;
- door een ziekte waarbij meer eten nodig is (bijvoorbeeld brandwonden) of waarbij de opname van voedings- stoffen wordt bemoeilijkt (ziekte van Crohn);
- minder eten door een psychische aandoening (anorexia of dementie). Het ontbreekt deze doelgroep dus aan specifieke belangenbehartiging, maar ook aan patiënten- en lotgenotencontact. Ondergewicht wordt weleens besproken in een (digitaal) groepscontact, maar staat, onterecht, niet structureel op de agenda.

De realiteit kort samengevat:
- Zo’n 435.000 mensen in Nederland kampen met ondergewicht.
- Ondergewicht kan (zeer) ernstige lichamelijke en geestelijke gevolgen hebben: het leidt tot meer ziekten, soms zelfs tot overlijden.
- De aandacht voor ondergewicht is uiterst ‘mager’.
- Er is geen infrastructuur voor deze groep patiënten: geen belangenbehartiging én geen patiënten- en lotgenotencontact.

